Het draagvermogen van een hijsband verandert afhankelijk van de manier waarop je de last hijst. Bij recht hijsen geldt de standaard WLL-waarde (Working Load Limit). Gebruik je de hijsband in een stropconfiguratie, dan wordt het toegestane draagvermogen meestal lager. Bij een U-configuratie kan het draagvermogen juist hoger zijn.

Een hijsband van 2 ton mag dus niet bij iedere hijsmethode automatisch 2.000 kg tillen. De manier van aanslaan en de hijshoek bepalen hoeveel gewicht je daadwerkelijk mag hijsen.

Recht hijsen

Bij recht hijsen hangt de hijsband verticaal tussen de hijshaak en de last. Hierbij geldt het standaard draagvermogen dat op het label staat aangegeven.

Een hijsband met WLL 2.000 kg mag bij een rechte, verticale hijsbeweging maximaal 2.000 kg tillen, mits de last correct is aangeslagen en alle overige hijsmiddelen geschikt zijn.

Hijsen in een stropconfiguratie

Bij een stropconfiguratie wordt de hijsband om de last gelegd en door zichzelf gehaald, zodat deze zich rondom de last aanspant.

Bij deze manier van hijsen wordt het toegestane draagvermogen doorgaans verlaagd naar 80% van de standaard WLL.

Een hijsband van 2.000 kg mag in deze configuratie dan maximaal 1.600 kg tillen, mits de configuratie voldoet aan de gebruiksinstructies.

Hijsen in een U-configuratie

Bij een U-configuratie loopt de hijsband onder de last door en worden beide uiteinden aan een geschikt hijspunt bevestigd.

Wanneer beide delen van de hijsband verticaal lopen en de belasting gelijkmatig wordt verdeeld, kan het draagvermogen oplopen tot 200% van de standaard WLL.

Een hijsband met WLL 2.000 kg kan in deze situatie dus maximaal 4.000 kg dragen, mits de hijsband en alle overige onderdelen hiervoor geschikt zijn.

Wat gebeurt er als je onder een hoek hijst?

Wanneer een hijsband onder een hoek wordt gebruikt, neemt de kracht op de band toe. Hoe groter de hoek ten opzichte van de verticale richting, hoe hoger de belasting op de hijsband.

Bij een U-configuratie met twee gelijkmatig belaste delen gelden bijvoorbeeld de volgende theoretische draagvermogens:

Hijshoek ten opzichte van verticaal

Factor

Hijsband WLL 2.000 kg

0° (verticaal)

2,0

4.000 kg

30°

1,73

3.460 kg

45°

1,41

2.820 kg

60°

1,0

2.000 kg

Dit zijn rekenvoorbeelden bij een symmetrische belasting. Gebruik in de praktijk altijd de toegestane belastingen en hoekbereiken uit de gebruiksinstructies van de hijsband.

Kan ik met twee hijsbanden dubbel zoveel gewicht hijsen?

Niet automatisch. Bij het gebruik van twee hijsbanden hangt het totale draagvermogen af van de hijshoeken, het zwaartepunt en de verdeling van het gewicht.

Wanneer de last niet gelijkmatig wordt verdeeld, kan één hijsband zwaarder worden belast dan de andere. Daarom moet je bij hijsen met meerdere hijsbanden altijd rekening houden met de volledige hijsconfiguratie.

Hoe weet ik hoeveel mijn hijsband mag tillen?

Controleer eerst de WLL-waarde op het label van de hijsband. Bepaal vervolgens welke hijsmethode je gaat gebruiken: recht hijsen, stropconfiguratie of U-configuratie.

Controleer daarna de bijbehorende belastingsgegevens en houd rekening met eventuele hijshoeken. Ook de hijshaak, sluitingen en andere onderdelen moeten voldoende draagvermogen hebben.

Welke hijsband heb ik nodig?

Kies een hijsband waarvan het toegestane draagvermogen voldoende is voor het gewicht van de last én de gekozen hijsmethode.

Wil je bijvoorbeeld een last van 2.000 kg hijsen in een stropconfiguratie? Dan is een hijsband met WLL 2 ton niet voldoende, omdat het toegestane draagvermogen in deze configuratie doorgaans wordt verlaagd naar 1.600 kg. Een hijsband van 3 ton kan dan geschikt zijn, mits de volledige hijsconfiguratie aan de gebruikseisen voldoet.

Kijk dus niet alleen naar het gewicht op het label. De hijsmethode en hijshoek bepalen uiteindelijk hoeveel gewicht je met een hijsband veilig mag tillen.