De juiste spanband hangt af van het gewicht en de afmetingen van je lading, de manier waarop je de lading vastzet en de bevestigingspunten van het voertuig. Ook is het belangrijk om te kijken naar de maximale capaciteit van de spanband.

1. Kijk eerst naar het gewicht van je lading

Hoe zwaarder de lading, hoe sterker de spanband(en) moeten zijn. Een lichte lading, zoals tuinmeubelen of enkele dozen, vraagt om een andere bevestiging dan bijvoorbeeld een pallet, machine of bouwmateriaal.

Let hierbij niet alleen op het gewicht van de lading, maar ook op hoeveel spanbanden je gebruikt en hoe de lading wordt vastgezet.

2. Welke LC-waarde heb ik nodig?

Bij spanbanden zie je vaak de aanduiding LC. LC staat voor Lashing Capacity en geeft aan hoeveel trekkracht de spanband kan weerstaan bij het vastzetten van een lading.

Bijvoorbeeld:

• LC 500 daN → maximale trekkracht van 500 daN
• LC 1000 daN → maximale trekkracht van 1000 daN
• LC 2000 daN → maximale trekkracht van 2000 daN
• LC 2500 daN → maximale trekkracht van 2500 daN

Let op: de juiste LC-waarde kun je niet simpelweg bepalen door het gewicht van de lading één-op-één om te rekenen. De benodigde capaciteit is ook afhankelijk van de manier waarop de lading wordt gezekerd, de wrijving, de hoek van de spanband en de omstandigheden tijdens het transport.

3. Op welke manieren kan ik een lading vastzetten?

Er zijn verschillende manieren om een lading met spanbanden vast te zetten: neerwaarts vastzetten, direct sjorren en omsnoeren. De manier waarop je de spanband gebruikt, heeft invloed op welke eigenschappen van de spanband belangrijk zijn.

4. Neerwaarts vastzetten

Bij neerwaarts vastzetten wordt de spanband over de lading heen gelegd en aangespannen. De spanband zorgt hierbij voor extra neerwaartse kracht, waardoor de lading beter op de ondergrond wordt gedrukt.

Hierbij speelt de STF (Standard Tension Force) van de spanband een belangrijke rol. Hoe hoger de STF, hoe groter de neerwaartse kracht die met de spanband kan worden opgewekt.

5. Direct sjorren

Bij direct sjorren wordt de spanband rechtstreeks tussen de lading en de bevestigingspunten van het voertuig bevestigd. De spanband houdt de lading hierbij direct tegen in de richting waarin deze zou kunnen verschuiven.

Bij deze manier van zekeren is vooral de LC-waarde van de spanband belangrijk.

6. Wat is omsnoeren?

Bij omsnoeren wordt de spanband volledig of gedeeltelijk rondom de lading aangebracht. De spanband loopt daarbij bijvoorbeeld onder of door de lading heen en wordt aan beide uiteinden aan een geschikt bevestigingspunt vastgemaakt.

Het verschil met neerwaarts vastzetten is dat de spanband bij omsnoeren niet alleen bovenop de lading ligt. De spanband omsluit de lading, waardoor beide delen van de spanband trekkracht kunnen opnemen.

Bij een correcte omsnoering kun je daarom in de berekening uitgaan van twee keer de LC van de spanband.

Bijvoorbeeld:

• Spanband met LC 1000 daN → 2 × 1000 daN = 2000 daN bij omsnoeren

Dit betekent niet dat de spanband zelf ineens een hogere LC-waarde heeft. De LC van de spanband blijft 1000 daN. Het gaat om de totale capaciteit die door de twee werkende banddelen kan worden geleverd bij deze manier van zekeren.

De bevestigingspunten, haken en de manier waarop de spanband is aangebracht moeten uiteraard ook geschikt zijn voor de krachten die ontstaan.

7. Kies de juiste breedte

Spanbanden zijn verkrijgbaar in verschillende breedtes, bijvoorbeeld 25 mm, 35 mm, 50 mm en 75 mm.

Voor veel algemene toepassingen wordt een 25 mm of 35 mm spanband gebruikt. Voor zwaardere ladingen wordt vaak gekozen voor een 50 mm spanband met een hogere capaciteit.

De breedte alleen bepaalt echter niet hoe sterk een spanband is. Kijk altijd naar de LC-waarde, STF en het volledige etiket van de spanband.

8. Hoeveel spanbanden heb ik nodig?

Ook het aantal spanbanden is afhankelijk van de lading en de manier waarop deze wordt gezekerd. Gebruik bij een zware of grote lading daarom niet zomaar één spanband, maar zorg voor voldoende zekering.

Daarnaast moet je controleren of de bevestigingspunten van het voertuig sterk genoeg zijn voor de gebruikte spanbanden.

Twijfel je welke spanband je nodig hebt?

Kijk op het product naar de LC-waarde, STF, lengte, breedte en uitvoering. Kijk daarnaast goed naar de manier waarop je de lading wilt vastzetten: neerwaarts vastzetten, direct sjorren of omsnoeren.

Weet je niet welke spanband geschikt is? Geef dan het gewicht en type lading, hoe je de lading wilt vastzetten en welk voertuig je gebruikt. Op basis daarvan kan worden bepaald welke spanband en hoeveel spanbanden nodig zijn.

Belangrijk: een spanband is bedoeld om een lading te zekeren en moet altijd worden gebruikt volgens de specificaties op het productlabel en de geldende voorschriften.